Judas and the Black Messiah
Recensie

Judas and the Black Messiah (2021)

Oscarwinnaar Daniel Kaluuya maakt grote indruk als voorzitter van de Illinois-afdeling van de Black Panther Party.

in Recensies
Leestijd: 2 min 32 sec
Regie: Shaka King | Scenario: Shaka King, Will Berson, Kenneth Lucas en Keith Lucas | Cast: Daniel Kaluuya (Fred Hampton), LaKeith Stanfield (Bill O'Neal), Jesse Plemons (Roy Mitchell), Dominique Fishback (Deborah Johnson), e.a. | Speelduur: 126 minuten | Jaar: 2021

In Judas and the Black Messiah kruipt acteur Daniel Kaluuya (bekend van Get Out) in de huid van Fred Hampton, de voorzitter van de Illinois-afdeling van de extreemlinkse Black Panther Party. Al na vijf minuten in beeld te zijn geweest, staat het vast: Kaluuya heeft zijn Oscar voor beste mannelijke bijrol dubbel en dwars verdiend.

Eind jaren zestig is Hampton een zeer charismatische leider, wat vooral tot uiting komt tijdens een van zijn vele donderpreken. "You can murder a revolutionary, but you can't murder a revolution!" proclameert de zwarte communist op een partijbijeenkomst, terwijl hij zijn politieke volgelingen probeert op te hitsen. Met dit soort retoriek speelt Hampton zich natuurlijk al vrij snel in de kijker van FBI-topman J. Edgar Hoover. Die laatste zit niet te wachten op de komst van een of andere 'zwarte Messias' die alle groepen uit de Amerikaanse onderklasse met elkaar zal verenigen, om zich vervolgens tegen het (voornamelijk witte) establishment te keren.

Hoe indrukwekkend de performance van Kaluuya ook moge zijn, dit is niet zijn film. Althans, dit is niet alléén zijn film. De sleutelfiguur - de Judas uit de titel - is niemand minder dan William O'Neal, even krachtig als breekbaar vertolkt door acteur LaKeith Stanfield. We leren O'Neal kennen als een autodief die zich voordoet als een FBI-agent. Wanneer hij daarvoor wordt opgepakt, komt hij voor een keuze te staan: óf zes-en-een-half jaar de gevangenis in, óf infiltreren bij de Black Panthers en daar inlichtingen verzamelen over hun leidsman Fred Hampton.

Gezien de titel - een zinspeling op het Bijbelverhaal over Jezus Christus, die werd verraden door één van zijn discipelen - valt de uitkomst van O'Neals keuze te voorspellen. Wat hem als personage echter zo interessant maakt, is het feit dat hij gaandeweg steeds meer in een loyaliteitsspagaat terechtkomt; met aan de ene kant zijn zwarte broeders, en aan de andere kant zijn goede vriend (en voorbeeld) Roy Mitchell, een witte FBI-agent.

Thematisch gezien sluit Judas and the Black Messiah naadloos aan bij het huidige protestklimaat in de Verenigde Staten, dat door de dood van George Floyd en alle Black Lives Matter-demonstraties in het afgelopen jaar nieuw elan heeft gekregen. Het is dan heel verleidelijk om te denken in termen van zwart en wit, goed en kwaad, slachtoffer en dader, maar regisseur Shaka King trapt gelukkig niet in die valkuil. Als iéts duidelijk wordt bij het zien van zijn imposante film, dan is het wel dat het hele debat omtrent excessief politiegeweld tegen zwarte Amerikanen enorm versluierd is geraakt door allerlei politieke opvattingen en subjectieve ideeën. Judas is zonder twijfel een activistische film, maar wel een éérlijke activistische film. Geweld en ander grensoverschrijdend gedrag zien we dus aan beide kanten terugkomen in dit complexe drama, dat zich verder bedient van een aantal mooie poëtische terzijdes en een heerlijke jazzy soundtrack.