Spion van Oranje
Recensie

Spion van Oranje (2009)

Überfoute ‘actiekomedie’ van de pas negentwintigjarige Tim Oliehoek die geen enkel lachsalvo opwekt.

in Recensies
Leestijd: 3 min 24 sec
Regie: Tim Oliehoek | Cast: Paul de Leeuw (François van Vliet/ Bruno von Lippe), Nelly Frijda (Irma), Najib Amhali (Mustafa), Jennifer Hoffman (Leni), Fred Goessens (Dekker), Hans Kesting (Ulli), Plien van Bennekom (Heidi) | Speelduur: 90 minuten | Jaar: 2009.

Filmrecensenten hebben de ultieme droombaan, ze worden immers betaald om naar de film te gaan. Dat ook deze droombaan soms realiteit geworden nachtmerries kent, blijkt wel bij het uitkomen van Spion van Oranje de nieuwe ‘actiekomedie’ van Tim Oliehoek. Als je kijkt naar het aanbod in de Nederlandse cinema lijkt regisseurs slechts een drietal genreopties ter beschikking te staan: ofwel serieuze literaire adaptaties, denk aan Turks Fruit, Soldaat van Oranje, De Passievrucht, Oorlogswinter (en de tijdelijk stopgezette productie Rico’s Vleugels), ofwel volslagen idioterie zoals Flodder (in Amerika), Filmpje! en de nieuwe Spion van Oranje, ofwel kinderfilms voor het gehele gezin (Ciske de Rat, Kruimeltje en Waar is het Paard van Sinterklaas?)

Tim Oliehoek presenteert Spion van Oranje met de verkondiging dat het zijn droom was om een James Bondachtige film te maken én een film met zijn held Paul de Leeuw in de hoofdrol. Helaas verenigt hij deze twee dromen tot één nachtmerrie. Om de een of andere reden zijn dit twee subjecten die nooit en te nimmer samengebracht mogen worden. Het aanbod van Amerikaanse, Engelse en pseudo-Franse tegenhangers als Austin Powers, Johnny English en Jacques Clouseau zijn al pijnlijk genoeg, Nederland had hier werkelijk niet nog een bijdrage aan hoeven leveren.

Het scenario dat is geschreven door scenarist Tijs van Marle (Bradaz, Shouf Shouf, Co-assistent) gaat over de mislukte homofiele couturier François van Vliet die, nadat het Paleis op de Dam is vernietigd door een Duitsklinkende terrorist, honderdvijfendertig gulden in de grafkelder van Delft moet brengen om erger te voorkomen. Na deze actie, bestaand uit een ‘hilarische’ scène met vele omvallende doodskisten, blijkt de stotterende terrorist zijn verloren gewaande tweelingbroer Bruno von Lippe te zijn die wraak wil nemen op zijn moeder Irma omdat zij hem voor een achterlijk klein bedrag zou hebben verkocht, op zijn broer François omdat ze hem wel wilde houden en op de rest van Nederland simpelweg omdat ze in vergelijking met Duitsland zo immens nietig zijn; een onverklaarbaar post-Tweede Wereldoorlogcomplex.

Op papier klinkt deze synopsis al belachelijk, op doek is het werkelijk bespottelijk. Bruno kidnapt zijn moeder en sluit haar op in zijn plastische chirurgiekliniek in Duitsland terwijl François wordt opgeleid tot geheimagent door een niet-grappige Najib Amhali waarna hij klaar is voor de strijd op leven en dood tegen zijn eigen broer. Voor een actiekomedie valt er in Spion van Oranje bitter weinig te lachen dan wel flitsende actie te zien, tenzij je De Leeuws plons in een vijver meetelt.

De dramatische vraag die na de film achterblijft om aan alle betrokkenen te stellen is: waarom? Waarom heeft deze productie de financiële middelen gekregen om te worden verwezenlijkt? Waarom moest dit verhaal überhaupt worden verteld, was er een dip in scenarioland en was dit eenoog die koning werd? Waarom stonden BN’ers in de rij om hierin mee te spelen, Jac. Goderie incluis? Hans Kesting spant de kroon als de robotachtige Quasimodo genaamd Ulli. Welk potentieel hij in deze rol zag, is mij een raadsel. Het enige overtuigende en verademende element in deze negentig minuten durende onzin is NOS-nieuwslezer Rik van de Westelaken als simpelweg zichzelf.

Oliehoek heeft in zijn korte carrière fantastisch werk afgeleverd met zijn eindexamen film Isabelle naar het gelijknamige boek van Tessa de Loo, zijn ontroerende korte film The Horseless Prince en het vette Vet Hard. Het ligt niet aan zijn kunnen dat Spion van Oranje bij voorbaat aanvoelt als een flop, maar wel aan zijn besluit om voor dit tweederangs genre van idioterie te kiezen en het ook nog eens extra fout aan te dikken. Het zou fijn zijn als Nederlandse cinema niet naar beproefd recept zou handelen maar meer creatieve risico’s zou durven nemen waarbij kwaliteit zwaarder weegt dan bekendheid. Een veel groter risico dan Paul de Leeuw een geheimagentachtige couturier/stotterende Duitse terrorist te laten spelen, kan dat toch écht niet zijn.