'Invasie': een militair actiespektakel uit Nederland, het kan!
Recensie

'Invasie': een militair actiespektakel uit Nederland, het kan! (2024)

Snelle en vermakelijke popcornfilm over Curaçao dat wordt aangevallen door een fictief land.

in Recensies
Leestijd: 3 min 49 sec
Regie: Bobby Boermans | Scenario: Philip Delmaar, Lucas de Waard | Cast: Tarikh Janssen (Andy), Ortál Vriend (Noa), Fedja van Huêt (Stan Bot), Raymond Thiry (John Brouwer), Ziarah Janssen), e.a. | Speelduur: 91 minuten | Jaar: 2024

Een filmcrew is groot, zelfs in Nederland. Daarom voelt de vermelding 'een film van' gevolgd door de naam van de regisseur nooit helemaal lekker. Het is wat minder erg als de regisseur ook het scenario heeft geschreven en een van de producenten is. Of als de regisseur een gevestigde naam is met een uitgebreid oeuvre van toptitels. In andere gevallen is het ego, en dat is zonde. Zo ook bij Invasie: het lijkt alsof de editors veel hebben opgelost dat regisseur Bobby Boermans over het hoofd heeft gezien.

Curaçao wordt uit het niets aangevallen door fictief buurland Veragua. Ze lijken het onder andere gemunt te hebben op een Nederlandse militaire basis. De aanwezige soldaten moeten zich staande zien te houden maar tegelijkertijd proberen uit te vogelen wat de reden voor de aanval is. Gelukkig is er een schip van de Nederlandse marine in de buurt. Terwijl de bemanning ze graag te hulp schiet, zit een terughoudende regering in Den Haag ze dwars.

Er is voor gekozen om het plot niet de belangrijkste factor te laten zijn. Dat is het tempo en de aanhoudende spanning. Wat blijkt? Het werkt prima! De gebruikelijke Nederlandse knulligheid wordt behoorlijk gemaskeerd door het gebrek aan tijd om daarbij stil te staan. Het doel was een filmisch achtbaanritje te maken van anderhalf uur (inclusief aftiteling) en dat is de makers gelukt.

Het uitgangspunt van Invasie is voor Nederlandse filmbegrippen heel ongewoon. Er is geen tekort aan serieuze oorlogsdrama's, maar wel aan actiefilms en popcornvermaak. Het is dan ook zeker een prestatie te noemen dat de makers het niet verknallen.

We zijn echter nog niet op het punt dat we de genrefilm in de vingers hebben. Daarvoor schort er te veel aan. De hoofdpersoon lijkt Andy te zijn, maar ergens midden in de film zit hij op het schip terwijl de focus op de personages aan land blijft. Andy blijkt ook een vermoeiende zeur te zijn die direct uit het leger wil stappen zodra hij hoort dat zijn vader in het ziekenhuis ligt. En zijn nieuwe schoonzus die bij zijn pa in de buurt is, kan hij niet bellen, want: "Ik heb haar nog nooit ontmoet".

Het rijmt niet helemaal met de fysieke uitstraling van acteur Tarikh Janssen die Andy vertolkt. Maar logische personages en dialogen neerzetten is niet het doel van Invasie. Een soldaat vraagt een maat of hij hem dekking ka bieden met de woorden 'dek me'. Dat is een letterlijke vertaling van 'cover me', maar in het Nederlands heeft dat een dubbele lading. En wanneer Andy een inval krijgt over wie hulp kan bieden, zegt hij tegen zijn broer: "Isa! Je vrouw." Alsof Andy's broer vergeten is dat Isa zijn vrouw is.

De urgentie is niet helemaal voelbaar. De reden achter de aanval is acceptabel, maar niet erg plausibel. De tweede helft van de film draait om het veilig stellen van een Nederlandse ambassadeur. Waarom? Het is een afgrijselijke vent. Hij heeft tegen de orders van Den Haag in de ambassade verlaten. Hij is geen gemis als hij voorgoed verdwijnt. Garant voor een goed uitgevoerde grap in de jungle, dat wel.

Al die mankementen worden effectief weggemoffeld door het moordende tempo. En dat is ook niet het enige goede. Her en der is de regie en cinematografie wat ongeïnspireerd, op andere momenten is er goed werk verricht. Er zit zelfs een shot in waar mooi naartoe wordt gewerkt en uitermate indrukwekkend is als het komt. Het heeft te maken met de codenaam 'dolfijn' en het ding is echt. De computer brengt de 'dolfijn' en de personages bij elkaar in beeld, maar het is een absoluut wauw-moment.

Het scenario mag dan niet helemaal gelukt zijn, in de montage heeft men het beste ervan gemaakt. De producenten zagen een achtbaanrit in de bioscoop voor ogen en dat is gelukt. Dit soort films moet dus gemaakt blijven worden. Deze oefening zal uiteindelijk haar vruchten afwerpen.

In het verleden kregen filmmakers met dit soort ambities vaak te horen dat ze goedkope troep maakten. Paul Verhoeven vluchtte zelfs het land uit, wat een briljante zet bleek te zijn. Maar misschien moeten de gebruikelijke Nederlandse geldschieters de rollen de komende jaren omdraaien: geef filmhuisprojecten de behandeling die genreprojecten de afgelopen decennia hebben gekregen. De deuren open zetten kan leiden tot booming business en nog meer budget voor Nederlandse producties. Op den duur profiteren ook filmhuisdrama's daar weer van.