'Primate': groep jongeren in de aap gelogeerd
Recensie

'Primate': groep jongeren in de aap gelogeerd (2025)

Ze leggen een voor een het loodje, soms op ongepaste wijze.

in Recensies
Leestijd: 3 min 48 sec
Update:
Regie: Johannes Roberts | Scenario: Ernest Riera, Johannes Roberts | Cast: Johnny Sequoyah (Lucy), Troy Kotsur (Adam), Jess Alexander (Hannah), Benjamin Cheng (Nick), Victoria Wyant (Kate), Miguel Torres Umba (Ben), e.a. | Speelduur: 89 minuten | Jaar: 2025

Toen J.J. Abrams een nieuwe Star Wars-trilogie maakte, liet hij er geen twijfel over bestaan dat hij praktische effecten zoals poppen en protheses weer een prominente rol wilde geven. Nostalgie was daarbij een belangrijke motivatie, maar zulke effecten werken vaak ook beter dan CGI: het voelt tastbaar en daardoor echter. Dat principe geldt ook voor horror. Een computergegenereerde aap is nu eenmaal minder dreigend dan een acteur met een masker. De makers van Primate snapten dat gelukkig ook.

Of dat een budgettaire kwestie was, valt te betwijfelen, maar de doorgedraaide chimpansee is in ieder geval behoorlijk eng. Hoewel er een animatronic is gebruikt, vertrouwden de makers vooral op acteur Miguel Torres Umba om de aap tot leven te wekken. Hij moet ontelbare uren in de make-upstoel hebben gezeten, waarbij elk menselijk trekje is weggewerkt.

Umba speelt Ben, een chimpansee die intelligent genoeg is om gebarentaal te leren en te communiceren via pictogrammen op een tablet. Hij woont op Hawaï bij Lucy's vader, die hem traint. Lucy komt na lange tijd weer op bezoek. De eerste twee dagen is haar vader afwezig, waardoor ze alleen is met haar zus en drie vrienden. Dan blijkt dat Ben hondsdolheid heeft opgelopen via een beet van een mangoest, en dat de dierenarts is vermoord voordat hij een vaccin kon toedienen. Lucy en de rest moeten zien te overleven.

Het klopt dat er mangoesten zijn op Hawaï. Ze zijn ooit geïntroduceerd om ratten te bestrijden (wat nauwelijks werkte). Hondsdolheid komt er echter niet voor, dus dat is een vergezocht plotelement. De openingsscène beweert dat hydrofobie (watervrees) hetzelfde is als hondsdolheid, maar dat is een achterhaalde opvatting die getuigt van slordig vooronderzoek. Watervrees is hooguit een symptoom van de ziekte en lang niet altijd aanwezig.

Uiteraard moet een film als Primate niet al te serieus worden genomen. Het is een monsterfilm met een moordlustig dier in de hoofdrol, een subgenre dat vooral in de jaren zeventig floreerde. De makers lijken zich daarvan bewust en grijpen hier en daar terug op een overduidelijk seventiesgevoel. Sommige shots zijn typisch voor dat tijdperk en ook de muziek haalt er hoorbaar inspiratie uit. Het openingsdeuntje bevat zelfs een kleine verwijzing naar de Halloween-soundtrack.

Toch speelt het verhaal zich duidelijk in het heden af. Zoals het genre voorschrijft laten alle jongeren hun mobieltje 'per ongeluk' achter, terwijl ze hun toevlucht zoeken tot het zwembad. Veilig terrein aangezien de hondsdolle Ben het water niet in durft. Dat is lang niet het enige horrorcliché dat voorbijkomt. De prijs voor het domste moment gaat naar Lucy, die op blote voeten over een terras loopt, terwijl ze weet dat het vol glasscherven ligt. En waarom niemand het haardvuur benut blijft een frustrerend raadsel.

Een week voor de opnames herschreef regisseur Johannes Roberts het scenario volledig. Het is gissen naar de oorspronkelijke versie, maar nu is het een verhaal waarin jongeren een voor een bruut aan hun einde komen. Dat concept is niet origineel, dus enige creativiteit in de uitvoering zou welkom zijn geweest. Die ontbreekt helaas.

Er is zelfs geen reden om de personages onsympathiek genoeg te vinden om ze een fictieve dood toe te wensen (op twee jongemannen na). In dit soort films personages vaak irritante trekjes die hun lot verteerbaar maken, maar hier voelt elk sterfgeval vervelender dan gebruikelijk.

Spanning is er na de eerste confrontatie nauwelijks. Wat wel overtuigt zijn Bens aanvallen. Chimpansees mogen er dan schattig uitzien, ze zijn sterk genoeg om ledematen af te rukken, een feit waar Primate gretig gebruik van maakt. Niet alleen Bens uiterlijk is effectief, ook de gore liegt er niet om, zonder te ontsporen zoals in de recente Evil Dead-films soms gebeurde.

Lucy's vader is doof, wat in ieder geval één pakkend moment oplevert dat de aandacht vasthoudt. Verder is alles het net niet. De film heeft geen diepere lagen nodig, maar als er al een thematische kern is, dan komt die niet uit de verf. Zelfs de keuze voor het prachtige Hawaï voelt willekeurig, aangezien het grootste deel zich afspeelt in huis.

Beter dan Dick Maas' Prooi is Primate zeker, maar het ontbreekt de film aan creativiteit om een standaardconcept naar iets echt amusants of origineels te tillen. Gelukkig verschijnt na drieëntachtig minuten al de aftiteling, dus een lange zit is het niet. Met iets meer verbeelding en humor had deze film echter veel onderhoudender kunnen zijn.