Recensie

Rapunzel (2010)

Een geslaagd huwelijk van klassieke Disney-vertelling en moderne animatietechnieken resulteert in een tijdloos boeiend avontuur.

Thierry Verhoeven
2 december 2010 01:48 in RECENSIES
Leestijd: 3 min 41 sec
Regie: Nathan Greno en Byron Howard | Stemmencast: Mandy Moore (Rapunzel), Zachary Levi (Flynn Rider), Donna Murphy (Mother Gothel), Ron Perlman (Stabbington Brother), M.C. Gainey (Captain of the Guard), e.a. | Speelduur: 100 minuten | Jaar: 2010

Een jaar geleden keerde Disney met The Princess and the Frog terug naar de traditionele 2D- animatiefilm, gebaseerd op een bekend sprookje vol met liedjes en magie. Een geslaagde terugkeer, maar met zijn opvallende setting (het New Orleans van begin twintigste eeuw), liedjes die gekenmerkt werden door jazzmuziekinvloeden en de zeer vrije bewerking van het bijna gelijknamige sprookje, was het toch een ietwat vreemde eend in de bijt van de Disneysprookjes. Met Rapunzel lijkt men weer helemaal te gaan voor de klassieke Disneyvertelling, inclusief magie, een gevangen prinses, een dief met een hart van goud, de vertrouwde liedjes en uiteraard een Disneykasteel dat regelmatig een prominente rol in de achtergrond opeist. Deze keer overigens wel gemaakt met moderne computeranimatietechnieken.

Nu is Rapunzel net als zijn voorganger niet bepaald het schoolvoorbeeld van een letterlijke sprookjesverfilming, maar de makers hebben de elementen zodanig opnieuw gerangschikt en aangepast dat een prettige balans is gecreëerd tussen een klassiek sprookje en een modern avontuur, gekruid met een grote dosis satire. Als baby wordt prinses Rapunzel vanwege de magische effecten van haar haar door een oude vrouw ontvoerd en opgesloten in een toren. Opgroeiend in gevangenschap met meterslang haar (afknippen zou het magische effect tenietdoen), droomt de jonge Rapunzel van een leven voor zichzelf. Dat biedt zich min of meer aan wanneer de vlotte bandiet Flynn Ryder (drie keer raden aan welke even zo flamboyante acteur die naam refereert) zich in haar toren komt verschuilen voor de autoriteiten. Samen wagen ze de ontsnapping, waarbij ze opgejaagd worden door de Koninklijke garde, een wraakzuchtig paard, een tweetal ex-collega's van Ryder en uiteraard de boze stiefmoeder.

De invulling van de personages is verfrissend. Hoewel de prinses niet zo wereldvreemd is als men zou verwachten, werken haar onschuld en meisjesachtige enthousiasme ontwapenend. De nieuwverworven vrijheden drijven Rapunzel tot euforie, maar ondertussen maakt ze zich als een klein kind druk over haar zogenaamde verraad aan de persoon voor wie ze een ietwat bizarre moederliefde koestert. Deze protagonist is evenmin de gebruikelijke nare heks, maar vooral een zeer narcistische, bemoeizuchtige moeder die blind is voor haar minder mooie trekjes. Haar obsessie voor eeuwige jeugdigheid in acht nemend, is het waarschijnlijk geen toeval dat ze als twee druppels water op Cher lijkt. Flynn Ryder (die geen prins op het witte paard is, maar een dief op de vlucht voor het witte paard) biedt op heerlijke wijze tegengas aan de neuroses van Rapunzel, maar de absolute glansrol is weggelegd voor haar huisdier: een zwijgende kameleon met een geniale mimiek.

In tegenstelling tot The Princess and the Frog is Rapunzel niet op de traditionele wijze geanimeerd, maar is er nu wel gebruikgemaakt van de moderne computeranimaties waar Disney de laatste jaren al mee aan het stoeien was. Deze zijn erg mooi en kleurrijk, op momenten zelfs overweldigend, maar dringen zich nooit op in een streven het mooiste meisje van de klas te willen zijn; iets wat de laatste Pixarfilms af en toe nogal eens overkwam. Door de satirische toon en humor doet de film soms wat denken aan de Shrek-films. Maar waar die altijd startten als een scherpe parodie op de welbekende Disneysprookjes maar steevast eindigden met een stevige portie romantiek van het wat kleffe soort, daar behoudt Rapunzel zijn luchtige toon, vol van zelfspot, tot de laatste seconden en weet die zo te brengen dat de serieuzere kant van de film er nooit door overschaduwd wordt.

Het is misschien een flauw compliment, maar met Rapunzel laat Disney zien op Pixarniveau te zijn aanbeland. De animaties zijn om van te smullen, de vaart in het verhaal is constant aanwezig en de zelfbewuste humor staat de klassieke Disneymagie geen moment in de weg. De scherpe dialogen tussen het centrale koppel zorgen zelfs voor een bepaalde chemie die voor Disneyanimatiefilms ongekend is. Met het zeer inventieve gebruik van Rapunzels meterslange haar in de al even inventieve actiescènes werkt de film overigens ook perfect als avonturenfilm. Of dit allemaal genoeg is om in februari de Oscar voor beste animatiefilm voor de neus van Toy Story 3 weg te kapen, valt te bezien, maar het staat buiten kijf dat Disney met Rapunzel eindelijk de succesformule voor de eenentwintigste eeuw heeft gevonden. De term ‘Disney Classic’ lijkt eindelijk weer echt iets te betekenen.