Pirates of the Caribbean: Salazar's Revenge
Recensie

Pirates of the Caribbean: Salazar's Revenge (2017)

Deze 'greatest hits'-compilatie van de franchise is helaas samengesteld uit matige covers.

in Recensies
Leestijd: 5 min 8 sec
Regie: Joachim Rønning en Espen Sandberg | Cast: Johnny Depp (Jack Sparrow), Javier Bardem (Salazar), Brenton Thwaites (Henry Turner), Kaya Scodelario (Carina Smyth), Geoffrey Rush (Hector Barbossa) e.a.| Speelduur: 129 minuten | Jaar: 2017

Producent Jerry Bruckheimer lichtte ooit zijn regisseurskeuze voor de eerste Pirates of the Caribbean toe vanuit het idee dat hij iemand nodig had die uit de voeten kon met zowel spanning als humor. Op basis van de komedie Mouse Hunt en de horrorfilm The Ring werd Gore Verbinski geschikt bevonden. Zo simpel kan het soms zijn in Hollywood. Voor de vijfde film in de franchise waar het uiterst succesvolle eerste deel in uitmondde, lijkt Bruckheimer vanuit dezelfde eenvoud te hebben gedacht. De klus mocht ditmaal worden geklaard door Joachim Rønning en Espen Sandberg, die eerder verantwoordelijk waren voor Kon-Tiki. Een grotendeels op zee gefilmd avontuur met de charme van een klassiek jongensboek? "Goed genoeg, kom maar aan boord," moet Bruckheimer hebben gedacht. Helaas blijkt het Noorse regisseursduo niet bepaald de gouden greep die deze filmreeks nodig heeft.

Hoewel gekozen op zijn vaardigheden voor humor en spanning, waren het vooral de goed uitgevoerde actiescènes en strak neergezette personages waarmee Verbinski's The Curse of the Black Pearl indruk maakte. Met veel flair (en wat moderne technologie) wist de regisseur een klassiek genre nieuw leven in te blazen, onderwijl een tamelijk complex verhaal aangenaam overzichtelijk te houden. Met de vervolgen Dead Man's Chest en At World's End schoot Verbinski een beetje door in zijn enthousiasme, al was er voldoende creativiteit om dat te kunnen vergeven. Toen voor On Stranger Tides vervanging kwam in de vorm van de kleurloze Rob Marshall, werd duidelijk hoe essentieel Verbinski's regie was voor het slagen van de films. Het aantreden van Rønning en Sandberg maakt zijn gemis nog duidelijker. Waar Marshall nog net een voldoende wist te halen, lukt het de Noren niet eens de basiselementen van humor en spanning naar behoren uit te voeren.

Toegegeven, de problemen van Salazar's Revenge zijn groter dan de ongeïnspireerde regie. Pirates of the Caribbean is immers een reeks die al sinds de eerste film daalt in kwaliteit. Na de vele verstrengelde verhaallijnen van delen twee en drie werd met het vierde deel gepoogd het schip vlot te trekken door de focus te verleggen naar Jack Sparrow als het centrale personage. Dat dit niet helemaal uit de verf kwam, verklaart mogelijk waarom het vijfde deel zijn voorganger grotendeels negeert. Afgezien van een paar elementen (Barbossa's houten been, het personage Scrum en de verkleinde Black Pearl gevangen in een fles) zijn de zes jaar geleden uitgezette plotlijnen ergens tussentijds gestrand. Het met redelijk wat bombarie geïntroduceerde personage Angelica zien we aldus niet terug. Een heel verschil met Dead Man's Chest, dat bijna verzoop in continuïteitsbehoud en verwijzingen naar zijn voorganger.

Een dergelijke koerscorrectie is in principe best overkomelijk, want zo'n boeiende film was On Stranger Tides nou ook weer niet. Er dient alleen wel iets interessants voor in de plaats te komen en daarop laat Salazar's Revenge flinke steken vallen. Meer dan gerecyclede plotpuntjes uit eerdere films krijgen we namelijk niet. Zo blijkt men nog steeds geen afstand te kunnen doen van de sleetse formule om de dwaze Jack te koppelen aan twee nuchtere jongelingen die elkaar vlinders in de buik bezorgen. Werd het liefdeskoppel Will en Elizabeth in het vierde deel nog vervangen door een missionaris en een zeemeermin, daar gaat men ditmaal een stapje verder terug door simpelweg hun zoon 'de Will-rol' te geven. Met 'love interest' Angelica werd tenminste nog een nieuw soort dynamiek voor Jack uitgeprobeerd. In Salazar's Revenge zijn we volledig terug bij af.

De jonge Henry Turner is erop uit de vloek op te heffen waar zijn vader sinds de derde film onder gebukt gaat en bevrijdt Jack maar weer eens uit de gevangenis voor hulp. Nog even een bevallig vrouwelijk schepsel inladen en ze kunnen op zoek naar de drietand van Poseidon. Een wel erg handige MacGuffin, aangezien hiermee alle vloeken op zee kunnen worden beëindigd. Leuk voor Will als dit lukt, maar minder leuk voor de schrijvers van de zesde film. Wat voor tegenstanders moeten ze de volgende keer in hemelsnaam gaan verzinnen als vervloekte schurken niet langer tot de mogelijkheden behoren? Snel dus nog maar even een schmierende Javier Bardem opvoeren als vervloekte piratenjager die met Jack een appeltje te schillen heeft.

Teruggrijpen op vertrouwde elementen leidt onvermijdelijk tot vergelijkingen en die pakken voor Salazar's Revenge niet goed uit. Zo hebben de jonge tortelduifjes dusdanig weinig chemie dat de minieme terugkeer van oudgedienden Will en Elizabeth zowaar een verademing is. En waar het eerste deel personages en hun drijfveren even vlot als helder introduceerde alvorens ze het ruime sop kozen, wordt daar ditmaal opvallend veel tijd voor uitgetrokken en blijft het dan nog een warrige bende. Het ene na het andere personage wordt er met de haren bijgesleept, om nog maar te zwijgen van de volkomen overbodige rol die de Britse marine krijgt toegedeeld. Met het van oudsher Frans-Nederlandse Sint Maarten als startpunt is hun aanwezigheid sowieso idioot. Na de Spanjaarden in On Stranger Tides was het leuk geweest ditmaal Fransen of Nederlanders te zien, maar blijkbaar verkeert men in de veronderstelling dat destijds op alle Caribische eilanden de Union Jack wapperde...

Opvallend genoeg komt Jack Sparrow er nog wel het slechtst vanaf. Zonde, aangezien hij op een persoonlijk dieptepunt de jonge Henry onder zijn hoede neemt en daarmee alle bouwstenen voor een piratenvariant op True Grit aanwezig zijn. Helaas wordt iedere kans om Jack van een tragische kant te voorzien verkwanseld met het clowneske gedrag dat na het eerste deel al behoorlijk uitgekauwd was. De veel interessantere Jack die elke situatie naar zijn hand weet te zetten, is ondertussen nergens te bekennen; als een kip zonder kop rent hij rond en wordt steeds door anderen uit de penarie gered. Zelfs scherpe observaties zijn te hoog gegrepen, dus ontgaat hem volkomen dat hij opnieuw iemand op sleeptouw neemt die vaderloos opgroeide vanwege de verlokkingen van het piratenleven. Wanneer Henry hem vertelt wie zijn ouders zijn, maakt dat bijzonder weinig indruk; blijkbaar betekenden al hun gezamenlijke avonturen voor ons meer dan voor Jack.