In 2018 trok een golf van protest door Frankrijk. De Gele Hesjes uitten hun ongenoegen over het beleid van president Macron. Het ging er zo hevig aan toe dat Macron even overwoog de noodtoestand uit te roepen. De gewelddadige confrontaties tussen politie en demonstranten escaleerden, met enorme schade, tientallen zwaargewonden en zelfs enkele doden tot gevolg. Tegen die achtergrond situeert regisseur Dominik Moll, bekend van de psychothriller Harry, Un Ami Qui Vous Veut du Bien en het politieproceduredrama La Nuit du 12, zijn nieuwe film Dossier 137. Centraal staat het politieonderzoek naar een van die geweldsincidenten.
Stéphanie Bertrand, inspecteur bij Interne Zaken, krijgt de moeder van Guillaume Girard over de vloer. Ze dient een klacht in omdat haar zoon tijdens een betoging door agenten in burger zou zijn aangevallen. Guillaume kreeg een rubberkogel tegen zijn schedel en belandde in het ziekenhuis. De vraag is of hij ooit nog volledig herstelt. Volgens de informatie die Bertrands team verzamelt, was het de eerste keer dat Guillaume ging betogen en heeft hij zich nooit agressief gedragen.
Omdat Guillaume en zijn familie uit haar geboortestad Saint-Dizier komen, besteedt Stéphanie extra aandacht aan de zaak. Bekommering maakt deel uit van haar persoonlijkheid en ze gaat nog nadrukkelijker op zoek naar de daders. Maar de politiechefs willen hun mensen beschermen en doen alsof hun neus bloedt. Wanneer de straatcamera's worden opgevraagd, krijgt de identificatie van de betrokken schutters langzaam vorm. In de nasleep van het Bataclan-drama lijkt de overheid echter niet geneigd haar agenten in een slecht daglicht te plaatsen, ook niet wanneer ze de fout ingaan.
Net als La Nuit du 12 is Dossier 137 gebaseerd op feiten, en dat merk je. De manier waarop Mol het onderzoek toont, voelt authentiek en gedetailleerd aan. Documentairebeelden van de betogingen versterken het realisme van de geënsceneerde webcambeelden. Beelden van smartphones, straatcamera's en professionele camcorders fungeren als een poort naar een nabij verleden, waardoor inspecteur Bertrand én het publiek dichter bij de waarheid komen.
Tegelijkertijd toont Moll de ironie van ons tijdperk: beelden verliezen hun betekenis wanneer objectiviteit wordt gedevalueerd en iedereen ziet wat hij wil zien. Zoals de Amerikaanse overheid de opnames van de moord op verpleegkundige Alex Pretti in haar voordeel interpreteerde, zo verdraaien ook hier de betrokken agenten de feiten, hoewel het beeldmateriaal weinig ruimte voor twijfel laat. Agent: "Hij schopte naar mij." Bertrand: "Die man beweegt geen vin. Ziet u hem bewegen?"
Het is enigszins jammer dat Moll zich niet strikt tot de kurkdroge politieprocedure beperkt. Hij wil ook nadrukkelijk de persoonlijkheid van Stéphanie schetsen: een gescheiden vrouw met een overbeschermende houding tegenover haar zoon, iemand die zich betrokken voelt bij mensen die snakken naar gerechtigheid en zelfs een straatkat in huis neemt. Dat laatste detail voelt wat overdadig aan, alsof het onze sympathie nog extra moet aanwakkeren. Interessanter is hoe Moll later 'spelende katten'-YouTubevideo's inzet om de kop-in-het-zandhouding van sommigen te bekritiseren.
De film valt daardoor uiteen in twee parallelle narratieven: dat van het onderzoek en dat van Stéphanies privéleven. Wat Moll wil vertellen, had wellicht ook uitsluitend via de politieprocedure gekund, maar hij kiest ervoor de thematiek explicieter te maken. Uiteindelijk lijkt hij minder geïnteresseerd in een politiek statement over politiegeweld tijdens betogingen. Dat blijkt al uit de openingsscène, waarin een agent toegeeft dat hij de controle verloor en Stéphanie daar begrip voor toont. Moll focust eerder op het morele dilemma van een empathische politieagent in haar streven naar gerechtigheid.
Als Stéphanie niet was opgegroeid in Saint-Dizier, zou zij mogelijk minder gemotiveerd zijn geweest om de zaak uit te spitten, iets wat 'la République' wellicht goed zou uitkomen. Maar door haar betrokkenheid riskeert ze zelf een doelwit te worden. Welke beslissing ze ook neemt, ze zal zich er altijd ongemakkelijk bij voelen en de slachtoffers blijven met lege handen achter. Dossier 137 is geen aanklacht tegen agressieve, schietgrage agenten, maar pleit wel voor meer emotionele betrokkenheid binnen een hypocriet politieapparaat.