Dummie de Mummie en de Sfinx van Shakaba
Recensie

Dummie de Mummie en de Sfinx van Shakaba (2015)

Dummies tweede film is precies wat je ervan kunt verwachten: een enigszins onevenwichtig verhaal, vormgegeven in tal van prachtige polderplaatjes.

in Recensies
Leestijd: 2 min 52 sec
Regie: Pim van Hoeve | Cast: Julian Ras (Goos Guts), Yahya Gaier (Dummie), Roeland Fernhout (Klaas Guts), Marcel Hensema (Meester Krabbel), Jennifer Hoffman (Juffrouw Friek), e.a. | Speelduur: 90 minuten | Jaar: 2015

Gemiddeld komen er zo’n twee kinderfilms per maand uit, maar deze week wordt het bioscoopaanbod verrijkt met niet minder dan drie nieuwe titels die mikken op een jeugdige doelgroep. De reden daarvoor is simpel: de kerstvakantie komt eraan. Twee vrije weken waarin je als kind niets hoeft, maar de mogelijkheden om je tijd te vullen door het koude winterweer tot een zeker minimum worden beperkt. Aldus mag het hele gezin naar de bioscoop, zij het niet voor de nieuwe Star Wars of een van de vele naar Oscars lonkende kwaliteitsproducties (die zijn immers gekeurd voor twaalf jaar en ouder), maar wordt er lekker opgewarmd bij vertrouwde kinderhelden Snoopy, Mega Mindy en Dummie. Inderdaad: er is niets nieuws onder de winterzon.

De eerste Dummie de Mummie bleek vorig jaar het succes te hebben waar men op hoopte, dus zal het niemand verrassen dat een kleine veertien maanden later alweer een opvolger verschijnt. Er zijn immers boeken genoeg te verfilmen over de jonge Egyptische mummie in het Nederlandse polderlandschap en er komt ieder jaar wel een nieuw deel uit. Startpunt van deze tweede film is het besef van de titelfiguur dat hij nooit ouder wordt dan hij was ten tijde van zijn mummificatie. Zijn beste vriend en ‘leeftijdgenoot’ Goos veroudert wel, maar het potentieel interessante drama van dit contrast wordt nauwelijks benut. In plaats daarvan is de situatie simpelweg een excuus voor het najagen van een gouden sfinxbeeldje met olie dat de ondode Dummie weer terug tot leven zou moeten wekken.

Voor een reeks waarvan nog vijf onverfilmde boeken bestaan, kan moeilijk worden verwacht dat dit plan kans van slagen heeft. Een derde Dummie de Mummie zonder Dummie als mummie werkt natuurlijk niet. Het draait in dit geval dus om de lessen die de twee jongens van hun zoektocht leren. Niet erg: Indiana Jones kwam immers ook altijd met lege handen thuis, maar was wel altijd wat ervaringen rijker. Helaas zorgt Dummies existentiële crisis voor een tweede verhaallijn die een stuk minder goed uit de verf komt. Aangezien hij nooit de farao zal worden die hij duizenden jaren eerder had moeten zijn, besluit Dummie beroemd te worden op een andere manier: een lokale schilderwedstrijd winnen. Doordat Goos’ vader en Dummie vooral op dit onbeduidende gebeuren focussen, roept Goos geregeld in frustratie dat dit hele schildergedoe niets met het beeldje te maken heeft. Hij verwoordt daarmee treffend de gedachten van de kijker.

Wat helpt is dat de leefwereld van Dummie opnieuw zeer fijn in beeld gebracht. De spaghettiwesternstijl van de vorige film is wat meer losgelaten ten faveure van iets wat eerder kan worden omschreven als 'Wes Anderson light'. Oftewel: veel front- en zijaanzichten met opvallend veel kleur en symmetrie in de beeldcomposities. De Nederlandse polder zag er zelden zo mooi uit. En hoewel Goos-vertolker Julian Ras nog steeds nauwelijks meer dan twee zinnen achter elkaar overtuigend uit zijn mond kan krijgen, is de rest van de cast in goede vorm. Helaas wordt basisschoolleraar Krabbel niet langer vertolkt door Ton Kas. Opvolger Marcel Hensema doet zijn best, maar zijn combinatie van serieus en verstrooid is lang niet zo vermakelijk als de fantastische wereldvreemdheid waar zijn voorganger in uitblinkt. Typisch zo’n acteur van wie je pas doorkrijgt hoe goed hij eigenlijk is wanneer je hem moet missen.