Pompeii
Recensie

Pompeii (2014)

Zijn liefde voor James Cameron en Ridley Scott weerhoudt Paul W.S. Anderson er duidelijk niet van hun successen bij elkaar in de blender te gooien.

in Recensies
Leestijd: 5 min 6 sec
Regie: Paul W.S. Anderson | Cast: Kit Harington (Milo), Emily Browning (Cassia), Adewale Akinnuoye-Agbaje (Atticus), Kiefer Sutherland (Corvus), Carrie-Ann Moss (Aurelia), e.a.| Speelduur: 105 minuten | Jaar: 2014

In de filmindustrie is altijd sprake van trendzetters en trendvolgers. Tot de eerste categorie behoren mensen als Ridley Scott en James Cameron. Veel van hun werk heeft de lat hoger gelegd en daarmee een hele generatie filmmakers beïnvloed. Daartoe behoort onder meer Paul W.S. Anderson, een typisch voorbeeld van een trendvolger. Want in plaats van de lessen van Scott en Cameron ter harte te nemen en erop voort te bouwen, heeft hij tot nu toe weinig anders gedaan dan slappe aftreksels maken waarin geen enkele vernieuwing te bespeuren valt. Voor een duidelijke illustratie hiervan hoeven we niet veel verder te kijken dan de Alien-reeks. Scott en Cameron wisten met hun bijdragen aan deze franchise allebei te excelleren, beiden vanuit een andere invalshoek. Toen Anderson aan de beurt was om zich te bewijzen, kwam hij met Alien vs. Predator niet verder dan een halfbakken herhaling van zetten.

Rond die tijd waren Scott en Cameron juist het sciencefictiongenre (tijdelijk) ontgroeid en gingen ze voor meer op klassieke leest gestoelde spektakelfilms. Opnieuw met succes: zowel Titanic als Gladiator resulteerde in lovende kritieken, indrukwekkende bezoekersaantallen en het nodige Oscargoud. Maar zoals altijd leiden dergelijke successen tot ongeïnspireerde na-aperij door de Paul W.S. Andersons van deze wereld. In dit geval zelfs letterlijk. Zijn nieuwste film Pompeii is precies wat je kunt verwachten van de omschrijving “een combinatie tussen Titanic en Gladiator”. Het is alsof Anderson de twee films samen in een blender heeft gestopt om vervolgens de vormloze prut die dit oplevert meer dan anderhalf uur over het bioscoopscherm uit te smeren.

Spijtig, want het verhaal van de Romeinse stad Pompeï die in de eerste eeuw na Christus door een uitbarsting van de naburige vulkaan Vesuvius bedekt werd door as, is een prima basisgegeven voor een boeiende film. Die leken we enige tijd terug te krijgen toen Roman Polanski een boek hierover van Robert Harris trachtte te verfilmen. Dit project werd begroot op honderdvijftig miljoen dollar, wat vermoedelijk de reden is dat het feest niet doorging. Dat Anderson wel een go kreeg, is waarschijnlijk omdat hij met de helft van dit budget genoegen nam. Het is tekenend voor de carrière van Anderson: al zijn films zijn gemaakt voor een relatief bescheiden budget en hoewel geen ervan ooit enthousiast is ontvangen, zijn ze doorgaans wel winstgevend. Een film van Anderson is voor Hollywood een veilige investering. Maar de prestaties van Scott en Cameron (en ook Polanski) hangen juist samen met de risico’s die ze namen.

Sinds Gladiator lijkt geen enkele film over het Romeinse Rijk te ontsnappen aan het concept van gladiatoren en Pompeii is daarop geen uitzondering. De uiterst kleurloos door Kit Harington neergezette Milo, een Keltische gladiator die bekendstaat als… de Kelt, wordt naar Pompeï gebracht voor de jaarlijkse spelen. Nog voor hij de stad betreedt heeft hij al de interesse gewekt van een leeftijdsgenote genaamd Cassia, die tot de Romeinse elite behoort. Het zal niemand verrassen dat deze twee uiteindelijk in elkaars armen zullen belanden (want Cassia kijkt direct door alle klassenverschillen heen), maar natuurlijk niet voordat er enkele obstakels zijn overwonnen. Cassia wordt namelijk gedwongen tot een huwelijk met een twintig jaar oudere senator, die toevalligerwijs ook degene is die als militair ooit Milo’s stam heeft uitgeroeid. Het is een teken aan de wand dat Kiefer Sutherland als lachwekkend eendimensionale schurk zich nog het meest lijkt te vermaken.

Tijdens alle clichématige ontwikkelingen hangt de vulkaanuitbarsting als een zwaard van Damocles boven de hoofden van de personages. De opbouw naar het moment waarop deze ramp zich voltrekt, duurt weliswaar minder lang dan die naar de beruchte ijsbergbotsing in Titanic, maar voelt desondanks als een eeuwigheid. Er wordt wat aangerommeld in de arena, maar spannend wordt het nooit, noch lijkt Anderson zich te bekommeren om historische accuraatheid. Dat hij zich er met een jantje-van-leiden vanaf maakt, is misschien nog wel het best te merken aan de accenten van de acteurs: waar in de meeste films over het Romeinse Rijk iedereen consequent Brits klinkt en een film als The Eagle het verschil tussen Brits en Amerikaans Engels zelfs in dienst wist te stellen van het verhaal, worden hier alle accenten op een grote hoop gegooid. Iedere acteur spreekt met zijn of haar eigen accent, ongeacht de nationaliteit van het personage.

Het probleem met Pompeii is niet alleen dat je het allemaal al eerder hebt gezien, maar vooral dat je het al een behoorlijke tijd geleden hebt gezien. Tien jaar terug zou Anderson misschien nog zijn weggekomen met zijn belegen stijl, maar omdat sindsdien de nodige films zijn gemaakt in zowel het rampen- als sandalengenre, valt hij lelijk door de mand. Voor het in beeld brengen van de stad lijkt hij inspiratie te hebben gezocht bij Gladiator, maar de daarna verschenen revisionistische HBO-serie Rome was zijn tijd blijkbaar niet waard. Dat resulteert erin dat vooral aandacht is besteed aan de arena, maar de rest van de stad slechts matigjes is uitgewerkt. Er zijn een hoop gebouwen en straten, maar het voelt nooit als een echte plek waar mensen wonen en werken. En voor een stad die bekendstond als sekstoerismebestemming voor vakantievierende Romeinen, gaat het er allemaal bijzonder braaf aan toe.

Pompeii slaat al direct in de eerste minuut de plank stevig mis. Tegen een achtergrond van vallend as en de lichamen van slachtoffers verschijnt in beeld een citaat over de situatie in de stad tijdens de vulkaanuitbarsting. Om de impact van deze beschreven ramp kracht bij te zetten, kiest Anderson echter niet voor een ingetogen stilte, maar voor opzwepende, bijna avontuurlijke muziek. Het is tekenend voor de rest van de film: de historische tragedie wordt gesmoord in overdadige romantiek en een misplaatste toon. Pompeii is waarschijnlijk vooral leuk in gezelschap van een historicus en vulkanoloog, die precies kunnen aanwijzen waar er zoal loopjes worden genomen met de geschiedenis en de natuurwetten. De geoefende filmkijker in het midden kan hen tussendoor haarfijn onderwijzen wat er allemaal wel niet klopt qua toon, personages en plot.