The World’s End
Recensie

The World’s End (2013)

De trilogie die eigenlijk geen trilogie is, wordt op waardige wijze afgesloten.

in Recensies
Leestijd: 3 min 39 sec
Regie: Edgar Wright | Cast: Simon Pegg (Gary King), Nick Frost (Andy Knightley), Paddy Considine (Steven Prince), Martin Freeman (Oliver Chamberlain), Eddie Marsan (Peter Page), e.a.| Speelduur: 109 minuten | Jaar: 2013

Even leek het erop dat de langverwachte opvolger van Shaun of the Dead en Hot Fuzz de Nederlandse bioscopen niet zou halen. The World’s End werd door de distributeur namelijk commercieel niet aantrekkelijk genoeg beschouwd. Het gevolg was een internetpetitie die zowaar succesvol bleek, waarna half september het nieuws kwam dat de film alsnog op het grote doek te zien zou zijn. De media-aandacht die dit opleverde, zorgde voor een naamsbekendheid die wel enig succes leek te kunnen garanderen. Echter, nu de film twee maanden na de bekendmaking wordt uitgebracht, rijst de vraag of men niet beter het ijzer had kunnen smeden toen het heet was. Goede kans immers dat de ongeduldige filmliefhebber al zijn toevlucht heeft genomen tot een geïmporteerde dvd of een minder legale methode. Hoe het ook zij: The World’s End is een film die het zonder twijfel verdient in de bioscoop te worden gezien.

Hier en daar wordt The World’s End gepresenteerd als het slotstuk in een trilogie waarvan Shaun of the Dead en Hot Fuzz de eerste twee delen vormen. Dit is vooral een slimme marketingtruc, want hoewel de drie films nu en dan naar elkaar knipogen en zijn gemaakt door dezelfde groep mensen, hebben ze verhaaltechnisch gezien niets met elkaar te maken. The World’s End vertelt dan ook een eigen verhaal met nieuwe personages. Dat deze worden vertolkt door acteurs die al vaker samen te zien zijn geweest, leidt af en toe tot verfrissende situaties. Zo is vaste hoofdrolspeler Simon Pegg nu niet de serieuze streber te midden van allerlei kleinburgerlijkheid zoals in Hot Fuzz, maar ditmaal juist de onvolwassene in een volwassen wereld.

In de openingsscène vertelt Peggs personage Gary King vol enthousiasme hoe hij en zijn vier beste vrienden in 1990 hun middelbareschooltijd afsloten met de Golden Mile-kroegentocht. Een tocht die hen langs twaalf pubs had moeten brengen, maar door alle wilde belevenissen destijds niet volledig werd volbracht. Gary’s vrienden hebben daar geen probleem mee, maar hijzelf wel: vasthoudend aan de gedachte dat zijn leven is blijven steken bij die ene onvoltooide avond, trommelt hij een dikke twintig jaar later iedereen op om de kroegentocht opnieuw te ondernemen. Hun hereniging toont hoe de vork in de steel zit, want waar zijn vrienden allemaal goed opgegroeide veertigers zijn, gedraagt Gary zich nog steeds als de wildebras die hij in zijn tienerjaren was: hij kleedt zich hetzelfde, rijdt in dezelfde auto en luistert naar dezelfde muziek. Het lijkt een extreme vorm van onvolwassenheid, maar de kijker heeft wel door dat er meer speelt.

Waar eveneens meer speelt, is in het geboortedorp dat de vijf vrienden na een lange afwezigheid weer bezoeken. Het voelt voor hen allemaal net iets anders, maar zoals een van hen al opmerkt is het dorp waarschijnlijk hetzelfde gebleven en zijn zijzelf gewoon veranderd. Een sterk uitgevoerde genrewissel laat echter zien dat er wel degelijk iets aan de hand is en zet de zaken direct op scherp. Jammer genoeg voor de heren hebben ze op dat moment al de nodige drank op, wat het vrij lastig maakt geconcentreerd te blijven, tot hilariteit van de kijker. Net zoals in zijn eerdere producties weet regisseur Edgar Wright ook deze film van een stevige dosis actie te voorzien, die dusdanig sterk is uitgevoerd dat het benieuwd maakt wat hij over twee jaar met de Marvel-productie Ant-Man zal doen.

The World’s End excelleert net als Shaun of the Dead en Hot Fuzz vooral in het schrijfwerk. Wright en Pegg waren net als bij hun eerdere samenwerkingen verantwoordelijk voor het script en zijn er wederom in geslaagd een zeer pakkend verhaal te schrijven vol aansprekende personages, vlotte dialogen en trefzekere humor. Maar meer nog dan dat overstijgt The World’s End het komediegenre, wat een behoorlijke prestatie is gezien het feit dat zoveel producties al moeite hebben om binnen dat ene genre goed uit de hoek te komen. Alsof we daarmee nog niet genoeg worden verwend, trakteren Wright en Pegg daarnaast op dubbele bodems en subtiele details. Overal schuilen verwijzingen en verborgen betekenissen, wat hun films uiterst geschikt maken voor meerdere kijkbeurten. Degenen die The World’s End al op hun televisie of computer hebben gezien, kunnen dus gewoon alsnog naar de bioscoop.